Voor de jaren tot en met 2022 kunnen ondernemers jaarlijks een percentage van hun winst aftrekken (2022: 9,44% met een maximum van € 9.632). Dit bedrag wordt toegevoegd aan de Fiscale oudedagsreserve, meestal afgekort tot FOR. Overigens is deze benaming misleidend omdat helemaal geen pensioenvoorziening wordt opgebouwd.

Het bedrag van de FOR is voor de ondernemer eigen vermogen, maar hij moet daarover ooit alsnog inkomstenbelasting betalen. Het idee achter de regeling is dat de ondernemer door de aftrek belasting bespaart, waardoor hij meer financiële ruimte heeft om een pensioen op te kunnen bouwen.

Met ingang van 2023 is de regeling deels afgeschaft. Vanaf 2023 kan geen FOR meer worden opgebouwd. Aan een reeds bestaande FOR kunnen geen bedragen meer worden toegevoegd. Een in het verleden opgebouwde FOR kan echter wel in stand blijven en moet dan volgens de oude regels worden afgewikkeld. De ondernemer kan uit verschillende mogelijkheden kiezen.

Niets doen

Als de ondernemer geen actie onderneemt blijft het opgebouwde bedrag van de FOR staan totdat hij stopt met zijn onderneming. In het jaar waarin de onderneming wordt gestaakt wordt het hele bedrag toegevoegd aan de winst. Daarover moet inkomstenbelasting worden betaald.

Omzetten FOR in een lijfrente of bankspaarproduct

De stand van de FOR mag geheel of voor een deel worden verlaagd met het bedrag dat de ondernemer inlegt in een lijfrente of een geblokkeerde bankspaarrekening. De verlaging van de FOR is belast, maar daar staat tegenover dat de inleg aftrekbaar is. Per saldo wordt in dat jaar niets belast. Over de lijfrente-uitkeringen of de opnames van de bankspaarrekening moet te zijner tijd wel inkomstenbelasting worden betaald. Meestal gaan die uitkeringen na de AOW-leeftijd in. Voor zover het tarief van de inkomstenbelasting op dat moment lager is dan in het jaar van de aftrek kan een voordeel worden behaald.

Storting bij een verzekeringsmaatschappij of bank kan uiteraard alleen als daarvoor voldoende geld beschikbaar is. Daarnaast worden fiscale eisen aan de lijfrente- of de bankspaarovereenkomst gesteld, bijvoorbeeld aan de ingangsdatum en de tijdsduur van de uitkeringen.

Lijfrente of banksparen?
Bij de keuze tussen een lijfrente of banksparen is het van belang om de verschillen tussen die twee in de overwegingen mee te nemen. Een lijfrente biedt een gegarandeerde uitkering gedurende de overeengekomen looptijd. Bij het overlijden van de gerechtigde komt het eventueel resterende kapitaal aan de verzekeringsmaatschappij ten goede.

Een bankspaarrekening blijft eigendom van de ondernemer. De bankrekening is geblokkeerd. Het tegoed kan alleen worden opgenomen in de vorm van periodieke, gelijkmatige bedragen gedurende de overeengekomen looptijd. Is het tegoed verbruikt, dan stopt de uitkering. Overlijdt de gerechtigde, dan komt een resterend tegoed toe aan de erfgenamen.

Welke vorm de voorkeur heeft hangt af van de situatie, en van de persoonlijke wensen van de ondernemer.

Stakingslijfrente

De spreiding van de belastingbetaling kan ook worden bereikt door toepassing van een andere regeling: de stakingslijfrente-aftrek. In het jaar van staking van de onderneming moet de FOR tot de stakingswinst worden gerekend. Die winst kan worden verminderd door het bedrag van die winst geheel of gedeeltelijk te gebruiken voor de aankoop van een lijfrente, of voor de inleg op een geblokkeerde bankrekening. De aftrek is gemaximeerd. Een ondernemer die niet meer dan vijf jaar jonger is dan de AOW-leeftijd kan maximaal € 510.970 aftrekken. Voor andere categorieën gelden lagere bedragen. In alle gevallen wordt het maximum verlaagd met in eerdere jaren afgetrokken premies voor lijfrente of inleg op bankspaarproducten.

De stakingslijfrente-aftrek geldt ook voor alle andere componenten van de stakingswinst, bijvoorbeeld het verschil tussen de marktwaarde van het bedrijfspand en de boekwaarde daarvan. Is de stakingswinst hoger dan het geldende maximumbedrag, dan moet over het verschil inkomstenbelasting worden betaald. Bij staking kan overigens in alle gevallen gebruik worden gemaakt van de zogenoemde stakingsaftrek. Deze bedraagt maximaal € 3.630.

De stakingslijfrente kan alleen worden benut als voldoende geld aanwezig is om de premie voor lijfrente of de inleg op de bankspaarrekening daadwerkelijk te kunnen betalen.

Direct afrekenen of spreiden?

De ondernemer staat voor de keuze om de FOR afwikkeling uit te stellen of te spreiden, of om direct de verschuldigde belasting te betalen. Het lijkt misschien logisch dat uitstellen en spreiden de beste keuze is, maar dat is niet altijd zo. Het kan voordeliger zijn om wel direct af te rekenen. Of dat zo is hangt sterk af van de omstandigheden, de mogelijkheden en de wensen van de ondernemer. Bij de besluitvorming spelen veel factoren een rol, en de regelgeving is uitgebreid. Daarnaast zijn er niet-fiscale aspecten, zoals bijvoorbeeld het verschil tussen een bankspaarproduct en een lijfrente en de erfrechtelijk gevolgen daarvan. Het is aan te raden om vooraf deskundig advies in te winnen.

Let op: uiterste betaaldatum 30 juni 2023

Om voor aftrek in 2022 in aanmerking te kunnen komen moet de premie voor een lijfrente of de inleg voor een bankspaarrekening uiterlijk op 30 juni 2023 daadwerkelijk zijn betaald.

bron: Extendum