Het kabinet heeft plannen aangekondigd die zowel dga’s als box 3-beleggers kunnen raken. De belangrijkste voorstellen zijn een forse, stapsgewijze verlaging van de grens voor excessief lenen bij de eigen bv en een tijdelijke verlaging van het hoge box 2-tarief. De maatregelen maken onderdeel uit van de financiering van de voorgenomen hervorming van box 3.

Let op: het gaat om voorgenomen wetgeving. De plannen moeten nog door het parlement worden behandeld.

Grens excessief lenen stapsgewijs naar € 100.000

De regeling excessief lenen bij de eigen vennootschap kent momenteel een grens van € 500.000. Het kabinet wil deze grens vanaf 2027 in vijf jaarlijkse stappen met telkens € 80.000 verlagen. Uiteindelijk zou de grens uitkomen op € 100.000.

Voor zover schulden aan de eigen bv boven de dan geldende grens uitkomen, worden deze in beginsel belast in box 2. Leningen die kwalificeren als eigenwoningschuld blijven buiten de regeling, mits aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.

Voor dga’s met rekening-courantschulden of andere leningen bij de eigen bv wordt planning dus steeds belangrijker. Een aflossing, dividenduitkering, herfinanciering of herstructurering kan tijdig moeten worden beoordeeld.

Tijdelijk lager hoog box 2-tarief

Tegelijkertijd wil het kabinet het hoge box 2-tarief gedurende vier jaar verlagen met 1,8 procentpunt. Vanaf 2027 zou het hoge tarief daardoor 29,2% bedragen.

Met deze tijdelijke verlaging wil het kabinet ondernemers stimuleren om vermogen uit de bv naar privé te halen. Voor de fiscale afweging is echter niet alleen het box 2-tarief van belang. Ook de toekomstige box 3-heffing, de beschikbare liquiditeit in de bv, de financieringsbehoefte en eventuele opvolgings- of beleggingsplannen spelen een rol.

Hervorming box 3 vanaf 2028

De maatregelen hangen samen met de beoogde overgang naar een nieuw box 3-stelsel. Vanaf 2028 wil het kabinet voor financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties, een vermogenswinstbelasting invoeren. Belastingheffing vindt dan in beginsel plaats bij realisatie van de waardeontwikkeling.

Voor andere vermogensbestanddelen is een verdere overgang voorzien vanaf 2030. De invoering van het nieuwe stelsel vraagt veel van belastingplichtigen, financiële instellingen en de Belastingdienst. In ieder geval in het eerste jaar zullen banken volgens het kabinet nog niet alle benodigde gegevens kunnen aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte.

Lager heffingsvrij vermogen en hoger forfait in 2027

Voor 2027 stelt het kabinet daarnaast voor om het heffingsvrije vermogen in box 3 terug te brengen naar € 30.846. Ook wil het kabinet het forfaitaire rendement voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt verhogen. Hieronder vallen onder meer beleggingen en onroerende zaken die niet als eigen woning kwalificeren.

Deze maatregelen kunnen vooral gevolgen hebben voor particulieren met beleggingsvermogen, verhuurd vastgoed of andere bezittingen in box 3.

Wat betekent dit voor u?

De voorstellen maken het verstandig om tijdig naar uw bestaande structuur te kijken. Met name bij substantiële leningen aan de eigen bv, overtollige liquiditeiten, beleggingen in privé of in de bv en geplande dividenduitkeringen kan een analyse gewenst zijn.

Wij volgen de parlementaire behandeling nauwgezet. Zodra de definitieve wetgeving bekend is, kunnen wij beoordelen welke gevolgen dit concreet heeft voor uw situatie.